Les 11: Meten in centimeters

Anne laat je zien hoe groot een centimeter is en hoeveel centimeters er in een meter passen. Ook ontdek je wanneer het handig is om met een liniaal te meten en wanneer het handiger is om een bordliniaal te gebruiken. Tot slot leert Anne je hoe je een liniaal gebruikt bij het meten.

Les 6: Vormen in de omgeving

Anne wil net een mandarijn eten als ze merkt dat het schaaltje de vorm van een cirkel heeft. Toevallig gaat deze les precies over vormen! Anne leert je hoe je de vormen ‘vierkant’, ‘rechthoek’, ‘cirkel’ en ‘driehoek’ kunt herkennen in voorwerpen om je heen. Tot slot speel je samen met meester Sander de ‘vormen-beweeg-quiz’!

Les 3.1: Getalsymbolen lezen (1 t/m 10)

Hoeveel bolletjes ijs heb jij het liefst? Anne zou er wel 10 lusten! Maar passen er eigenlijk wel 10 bolletjes op een hoorntje? In deze les leert Anne je de bolletjes tellen en laat ze zien hoe de getalsymbolen van 1 tot en met 10 eruitzien. Daarna oefen je samen met meester Sander de getalsymbolen

Les 2: Vormen

Er was eens een schilder die graag molens, mensen en landschappen schilderde. Hij heette Piet. Op een dag wilde hij iets anders proberen. Hij begon met het schilderen van vormen! In deze les leert Anne je welke vormen schilder Piet gebruikte: een vierkant en een rechthoek. Ook laat ze je zien welke vormen schilder Simon