Rekenen met geld in groep 3

13 januari 2021


Jonge kinderen krijgen al snel op verschillende manieren met geld te maken. Sommige kinderen krijgen een zakcentje, anderen winkelen met hun ouders en misschien geef je je kind wel eens een (paar) euro als kleine beloning voor het maken van een doelpunt of voor het rapport. Kinderen merken al snel, dat geld van belang is. Met geld kun je iets kopen. Wat je koopt, heeft waarde.

DE WAARDE VAN GELD 

Kinderen hebben al snel door dat geld waarde heeft. Ze hebben gezien dat je, als je iets koopt, geld geeft voor bijvoorbeeld een voorwerp. Op de basisschool staat het rekenen met geld vanaf groep 3 al op het programma. In groep 3 leert een kind redeneren over de waarde van het geld. Is 1 euro veel geld? Wanneer ben je rijk?

MUNTEN EN BRIEFGELD

In groep 3 leert een kind de munten van 1 en 2 euro en de briefjes van 5 en 10 euro herkennen. Hij leert tot 20 euro met deze munten en briefjes samen te stellen. Hier begint het rekenen met geld. 

THUIS REKENEN MET GELD

Belangrijk voor kinderen is, dat je zoveel mogelijk met concreet materiaal werkt. Als je samen wilt oefenen, zorg dan voor veel munten van 1 en 2 euro en een paar briefjes van 5 en 10. Daarna kun je beginnen!

  1. Check, of je kind de waarde van de munten en het briefgeld kent. Laat het hem van klein (1 euro) naar groot (10 euro) leggen.
  1. Vouw een vel papier in twee gelijke stukken. Schrijf in het midden van een vel papier (in de vouw) het = teken. Bespreek kort, dat dit =teken ‘is hetzelfde als’ betekent.
  2. Nu begin je met een paar sommen. Afhankelijk van hoe het gaat, verhoog je de moeilijkheidsgraad.
REKENSOMMEN MET GELD

Leg aan de linkerkant (voor het =teken) 2 keer 1 euromunt neer. Vraag je kind een munt, die net zoveel waard is, te pakken. Zo ga je door met andere variaties.

  • 5 keer 1 euromunt (= een briefje van 5 euro)
  • 2 keer een briefje van 5 euro (= een briefje van 10 euro)

Als dat lukt, kun je het weer wat moeilijker maken.

  • 5 keer 2 euromunten (= een briefje van 10 euro)
  • 4 keer 2 euromunten en 2 keer 1 euromunt (= een briefje van 10 euro)

Als ook dat lukt, kun je het omdraaien. Leg achter het =teken een briefje van 10 euro en laat je kind de munten en briefjes voor het =teken neerleggen.

MEE NAAR DE WINKEL

Natuurlijk is het uitgeven van écht geld in een échte winkel het leukst om in het echt (3 keer echt, ik vind het knap) te doen. Betrek je kind bij het afrekenen en vertel wat de prijs van bijvoorbeeld de boodschappen of de prijs van de kapper was. Zo vergroot je het begrip van de waarde van het geld.

ZELF BETALEN

Sommige kinderen vinden het erg leuk om zelf te betalen en het geld van de kassière aan te nemen. Andere kinderen vinden het spannend om zelf te betalen. Misschien durft je kind het wel, als je belooft er bij te blijven staan en te helpen. Zo kan je kind er rustig aan bekend mee worden en leert hij intussen niet alleen iets over de waarde van geld, maar ook over het terugkrijgen (wisselen) ervan.

REKENVIDEO’S OVER GELD

Natuurlijk vind je op deze website ook rekenlessen over geld. Hieronder vind je een overzicht. Veel rekenplezier!

GROEP 3 LES 11 Rekenen met geld

GROEP 4 LES 18 Geld – euro’s en centen
GROEP 4 LES 24 Wisselgeld

GROEP 5 LES 5 Prijzen vergelijken
GROEP 5 LES 34 Geldbedragen met een komma
GROEP 5 LES 54 Wisselgeld

GROEP 6 LES 3 Rekenen met geld (t/m €5000)
GROEP 6 LES 22 Verhoudingen – breuken en geld
GROEP 6 LES 23 Plus onder elkaar met geld
GROEP 6 LES 31 Geldbedragen delen
GROEP 6 LES 36 Min een aanvullen met geldbedragen
GROEP 6 LES 48 Keersommen met geld

GROEP 7 LES 11 Deel van een geheel bij geld en maten

Plaats een reactie

U moet ingelogd zijn om berichten te posten.