Wegen met kinderen uit groep 5

29 oktober 2020


Bij het rekenen in groep 4 leren kinderen hoe zwaar een kilogram is. Ze leren in te schatten, of een voorwerp lichter of zwaarder dan een kilo is. Weegt een mens lichter of zwaarder dan een kilo? En een pakje boter? Het wegen in groep 5 gaat weer een stapje verder. In deze blog lees je, wat erbij komt.

WEGEN IN GROEP 5

In groep 5 wordt de gram aan het rekenen toegevoegd. De kinderen leren, dat er 1000 gram in een kilogram past. Kinderen moeten nu ook een inschatting maken, hoeveel gram een voorwerp weegt. 

Als je zelf moet schatten hoeveel gram boter er in een pakje zit, kijk je misschien op de verpakking. Wat staat er ook alweer op het pakje? De meeste kinderen hebben hier nog nooit op gelet. Die hebben dus geen idee! Laat staan, dat ze moeten inschatten hoeveel gram een tomaat weegt!

OEFENEN MET WEGEN

Begin met het bekijken van producten, die je in huis hebt. Bijvoorbeeld een pak hagelslag of een pot pindakaas. Wat staat er op de verpakking? Leg het product in je hand. Hoe zwaar voelt dat ongeveer?

Nu kun je het wat moeilijker maken. Laat je kind zijn ogen dichthouden. Of maak van een theedoek een blinddoek. Dat maakt het voor een kind vaak echt tot een spannend spel! Leg in zijn rechter- en linkerhand een product. Vraag welk van de producten zwaarder weegt. Laat je kind daarna het gewicht schatten. Zo leert hij goed, hoeveel gram er bij welk gewicht hoort. 

Als je een keukenweegschaal hebt, kun je de producten checken. Zet de pot met pindakaas op de weegschaal. Je kind komt erachter, dat de weegschaal een ander gewicht aangeeft, dan de verpakking van het product. Hoe zal dat komen? Laat je kind erover nadenken. Als hij het niet weet, kun je vertellen dat het door de glazen pot komt. Die heeft ook nog een gewicht van zichzelf! De pindakaas in de pot is de inhoud.

Herhaal dit spelletje regelmatig. Net zoals je met tafelsommen doet. Als je er zo nu en dan aandacht aan besteedt, kan je kind na een tijdje een goede voorstelling maken van het gewicht.

GEWICHTEN OP DE GETALLENLIJN

Om een beter inzicht te krijgen in het gewicht van bepaalde producten en in welke producten zwaarder of lichter zijn, kun je de getallenlijn gebruiken. Dat doe je zo:

  • Maak een getallenlijn van 0 tot 1000 gram. Zet bij de 1000 gram ook 1 kilogram neer. Zo maak je meteen zichtbaar dat 1 kilogram hetzelfde als 1000 gram is. 
  • Maak op de getallenlijn sprongen van 100. Zet de getallen erbij. Dus: 0—–100—–200—–300—– enz.
  • Leg meerdere geschikte producten op tafel.
  • Wijs je kind op het gewicht van de producten.
  • Laat je kind op de getallenlijn de plek aangeven van het product. Houdt je kind van tekenen? Dan kan hij een lijn vanaf de getallenlijn trekken en het product eronder tekenen. Herhaal dit met andere producten.

Tip: Maak van tevoren 1 getallenlijn en kopieer die meerdere malen. Je kunt er ook eentje op de school van je kind vragen.

REKENEN MET GEWICHTEN

Als je kind een goed inzicht heeft gekregen in het gewicht van producten in grammen, is het tijd om te gaan rekenen! Maak sommen met de producten op de getallenlijn. Laat je kind van tevoren schatten, of het antwoord lichter dan, zwaarder dan of evenveel als 1 kilogram/1000 gram.

VOORBEELDSOMMEN

Eerst een voorbeeld van een plussom:

  • Geef op de getallenlijn de plek van 1 pakje roomboter (250 gram) aan.
  • Doe daar 1 pak rijst van 400 gram bij.
  • Spring dan 400 gram verder op de getallenlijn.
  • Waar kom je dan uit? Op 650 gram.
  • Is dit samen lichter dan, zwaarder dan of evenveel als 1 kilogram/1000 gram? 
  • Hoeveel is het minder? Ook dat reken je uit op de getallenlijn!

Nu een voorbeeld van een aanvulsom:

  • Hoeveel pakken lasagnebladen (250 gram) passen er in een kilogram/1000 gram? Eerst weer laten schatten en dan pas doen. Wijs je kind op het gewicht van de producten.
  • Laat je kind 250 op de getallenlijn plaatsen en sprongen maken. Eerst 2 pakken lasagnebladen. Je kind moet het sprongetje echt doen en benoemen, waar het dan uitkomt (= 500 gram). En zo verder naar de 1000. Het is dus evenveel!

Misschien ziet je kind zelf al, als hij op de helft is, dat het 4 pakken moeten zijn. Zo niet, dan kan hij doorrekenen naar 750 en vervolgens naar 1000. Daarna kun je hem erop wijzen, dat 500 de helft is van 1000. Je laat je kind zien dat 500 gram (2 pakken) + een sprong van nog eens 500 gram (2 pakken) samen 4 pakken zijn. En dat gelijk aan 1000 gram!

Je kunt op deze manier natuurlijk allerlei sommen bedenken!

Tell me more!

Ben je benieuwd naar wat kinderen in groep 4 over het wegen moeten weten? Dat lees je in de blog ‘Wegen met kinderen uit groep 4’

Natuurlijk heb ik ook rekenvideo’s over het wegen gemaakt. Je vindt ze op de pagina’s van groep 4, groep 5, groep 6 en groep 7

GROEP 4 LES 39 De kilogram

GROEP 5 LES 15 De gram
GROEP 5 LES 30 Inhoud en gewicht

GROEP 6 LES 34 Kommagetallen bij het wegen

Plaats een reactie

U moet ingelogd zijn om berichten te posten.